7 juli 2007 Visite, uit de oude doos
Gelukkig! We gaan weer bezuinigen! Werd ook wel de hoogste tijd. Ja kom zeg, ‘Hanggroepjongerentherapie’. ‘Praatsessies voor obesitaspatiënten met een fundamentele angst dat er een hongerwinter uitbreekt’. ‘Slachtofferhulp voor getraumatiseerde wipkip-patiënten’. Tuurlijk, daar gaan we op bezuinigen. Goede actie!…Niet? Waar gaan ‘we’ dan op bezuinigen? De ouderen?
Zij die dit land hebben opgebouwd, steen voor steen? Die? Zij die weggestopt in stoffige kamertjes ergens aan de rand van de stad aan het verleppen zijn? Die een leven lang voor ons hebben gewerkt? Als in Arbeid? Wat grappig dat dan juist Bussemaker, een PvdA-bewindsvrouw gaan bezuinigen… Slimme gedachte, immers is het en kwestie van afwachten wanneer ze het hoekje omgaan. En ach, die geur die went wel. Bussemakers heeft het begrepen. Applaus!..…
Uit de oude Doos, een bezoek van Rigor Mortis aan verzorgingstehuis ‘De Vuursche Weide’…
Mijn buurvrouw is dood. Ze was al oud, maar toch vreselijk.
Ze heeft een goed leven gehad, daar niet van. Veertig jaar getrouwd. Trotse moeder van zeven kinderen en oma van maarliefst negen kleinkinderen. En gelukkig was haar lijdensweg niet erg lang. Wel een zware. Na drieëntwintig messteken had ik de klus geklaard.
En hoewel Rigor Mortis al bij de deurpost van kamer 38-21 stond om haar met lijkstijfheid te begroeten, twijfelde hij even de kamer te betreden. Buurvrouw stonk namelijk een beetje. Niet naar de urine die ze liet lopen na de intrede van haar dood. En ook niet zozeer de penetrante lucht van het inmiddels gestolde bloed, maar mijn bejaarde buurvrouw rook niet zo fris onder haar oksels. Ook het haar van buurvrouw was wat vettig en de geur van oud zweet dampte Rigor vanonder haar vergeelde steunkousen, plagend tegemoet.
Niettemin, Rigor had de opdracht meegekregen buurvrouw met alle egards te behandelen. Een dame die dit land nog met blote handen en steen voor steen heeft opgebouwd, behoorde de lijkstijfheid te krijgen die ze verdiende. Eentje volgens het boekje; Eerst de oogleden, dan de kaak en nek en vervolgens langzaam uitspreiden uit over alle lichaamsdelen.
Met gepaste afstand aanschouw ik het tafereel vanachter een stapeltje doorligkussens en de defecte til-lift. Het valt me op dat het niet alleen de buurvrouw is die riekt, maar de hele drie-persoons kamer van verzorgingstehuis ‘De Vuursche Weide’ niet schoon ruikt. Het doet me denken aan die ongewassen leraar die zijn lichaamsstank met een grote hoeveelheid deodorant probeert te verhullen.
Wanneer Rigor Mortis voldaan en met gepaste trots naar zijn succesvol afgeronde klusje kijkt, besluit ik de sporen van het plaats delict te wissen. Het steekmes schoonmaken, te ontsmetten en haar gebit terug te plaatsen. Met een schoon laken bedek ik het ontzielde lichaam en met een desinfecterend goedje poets ik de bloedspetters weg die vanuit haar slagaders de ramen zo kleurrijk wisten te decoreren.
Wanneer ik Rigor Mortis de hand wil schudden voor een job well done, komt de verpleegster van verzorgingstehuis ‘De Vuursche Weide’ de kamer binnen.
“Zo, vandaag is het uw tweewekelijkse wasbeurt, mevrouw Terweide.”
“De Graaff, ze heet mevrouw de Graaff.”, antwoord ik met het steekmes in mijn hand.
- Plaats je reactie
- Categorie Column