Skip to content

Drijfzand

De grond onder je voeten

Een interview met Greg Saunier van Deerhoof

(Interview: GvA. Foto Thom Yorke: George)

En toen kreeg ik na afloop van het concert een sticker in mijn hand gedrukt die mij toegang zou geven tot de “Aftershow van Radiohead”. Het meisje dat hem aanvankelijk gekregen had hoefde het plakkertje niet. Bij de aangewezen toegang tot de Internetruimte stond inderdaad een groepje gestickerden te wachten en nog geen minuut later ging het hele gezelschap door gangen en tussenkamertjes op weg naar de restrictieve gewelven van de HMH.

God bestaat.

Ik raakte aan de praat met een jongen die Abletonsoftware levert aan de band. Hij hoopte bassist Colin even te kunnen spreken. Het laatste restje twijfel verdween nu. Wat een vreemde draai had deze avond opeens gekregen! En daar stond dan de kleine Thom Yorke, te praten met acteur Edward Norton. In een andere setting – bijvoorbeeld Leidsestraat in het holst van de nacht – zou Yorke met zijn ongeschoren kop makkelijk door kunnen gaan voor straatjunky.

En wat heeft Jonny Greenwood een rare rare kop. Freddy Mercury had overbeet, maar Jonnies brede tandenhaag staat ook nog eens horizontaal in zijn tandvlees geparkeerd. Nu begrijp ik ook waarom hij altijd met die lok over zijn gezicht loopt te vlerken. Zijn broer Colin is minstens zo’n vreemde verschijning. Het Greenwood-gen voor brede lichaamsuitspansels heeft zich bij hem duidelijk tussen de oogkassen gemanifesteerd. Hij lijkt rechtstreeks uit het figurantenlegioen van Bram Stoker’s Dracula te komen aangewandeld.

Het wordt al snel duidelijk dat de “Aftershow” uitsluitend het karakter van een “Afterparty voor intimi” heeft. Familie, vrienden en crew vieren het laatste concert van de 2006 tour. Een prachtig sluitstuk was het vanavond. Opener “You and whose army?” bracht de HMH in enkele seconden terug tot de proporties van een nachtcafé, een knap staaltje dat gedurende de avond nog herhaald werd met nummers als “Exit Music”, “Spinning Plates” en “Fake Plastic Trees”. Het zijn wonderlijke momenten als het schriele figuurtje met zijn akoestische gitaar alle geluid en aandacht als een zwart gat in zich opzuigt. Ieder geluid dat toch nog sporadisch uitgebracht wordt is geluid uit ongemak, geluid tegen de aandachtige stilte die onherroepelijk heerst.

Een achttal nieuwe nummers was in de set opgenomen waaronder de prachtige ballade “Videotape” en het sterke “All I Need”. Wat betreft de overige nieuwe nummers – waaronder het instrumenteel surfende “Spooks” – kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat ze nogal onaf klonken. Niet verwonderlijk, want deze tour was – behalve de festivaldata wellicht – voornamelijk opgezet om het nieuwe materiaal live te testen, een procedure die al vanaf de vroege EP My Iron Lung wordt gevolgd. In een half afgeluisterd gesprek dat Jonny voerde met mijn Abletonconnectie kon ik overigens opmaken dat de band nog geen noot opgenomen heeft in de studio.

“Here, it’s all about bluff”, doceert de buurman van Phil Selway mij in de kantine-achtige aftershowruimte. Goed, dan ben ik deze avond – waarop duidelijk geen schrijvende pers is uitgenodigd – “writer”, wat overigens niet al te ver van de waarheid afligt. “Sure, no problem” gaat Neighbour mij introduceren bij de drummer die ons vanavond tijdens “Dollars and Cents” trakteerde op die fantastische riffs. Vijf minuten worden verspild aan geanimeerde nonconversatie totdat een crewmember Neighbour vraagt of hij de vriend is van ene Richard. Richard is nogal dronken en beukt met zijn gewaggel nogal wat glaswerk van tafel. Tijd voor Richard om naar huis gebracht te worden, dacht de organisatie zo. Gedwee zie ik mijn Selwayconnection zijn vriend ondersteunend de zaal verlaten. Dan loop het zaaltje opeens vrij snel leeg. Van de band is nu alleen nog de lange Ed O’Brien aanwezig, diep in gesprek met enkele roadies. Ik vat het plan op hem maar even een hand te gaan schudden, bij wijze van afscheid, in de hoop natuurlijk een gesprekje los te weken dat iets voorbij de geijkte beleefdheidspatronen voert. Even nog een toiletterende vervangingsaciviteit en dan toeslaan als de persmuskiet in vermomming. Op de gang stoot ik op Greg Saunier, de drummer van Deerhoof, het té gekke voorprogramma. Die kan ik niet laten lopen.

deerhoof2_klein.jpg

Toen jullie opkwamen zei een vriend me: “Kijk, daar is Yoko Ono. Ze heeft de bas van Paul McCartney gestolen en Primus heropgericht”. Is dat een rake beschrijving van Deerhoof?
Greg: Die had ik nog niet gehoord! Tja…

Je drumt slechts met een bas, snare en kapotte hi-hat. Is dat express of ben je gewoon straatarm?
Greg: Hmm, allebei? Nee, ik heb het altijd de uitdaging gevonden om zoveel mogelijk te doen met zo min mogelijk. Die hihat heb ik ergens bij het afval gevonden, echt! Meer heb ik niet nodig [schaterlacht heel hard – en op rare momenten; hij is echt een beetje gek].

Hoe zijn jullie in het voorprogramma van Radiohead terecht gekomen?
Greg: We kregen een mailtje van de band of we een aantal voorprogramma’s wilden verzorgen. Een paar weken later kregen we een mail dat ze er weer van afzagen, omdat ze zoveel apparatuur op het podium hadden staan zodat een voorprogramma wat onhandig zou zijn. Dus wij als een gek mailen dat we vrijwel niks aan intrumentarium meebrengen en gelukkig is alles uiteindelijk gewoon door gegaan.

Hoe componeren jullie jullie vreemde chaotische nummers?
Greg: Het begin is meestal een stuk gestructureerder dan het eindresultaat. Maar als je die nummers honderden keren speelt dan komen die ritmewisselingen, breaks en chaos vanzelf. Het is een heel lang organisch proces om uiteindelijk tot het eindproduct organized chaos te komen. Onze werkwijze heeft wel iets weg van de evolutie.

Wat zingt jullie zangeres [Satomi Matsuzaki] in welke taal? Wij speculeerden of ze misschien te vondeling was gelegd in een grot en opgevoed door wolven.
Greg: Voornamelijk Engels – al zou je het misschien niet zeggen – een beetje Japans erdoorheen en waarschijnlijk nog wat zelfverzonnen klanken.

deerhoof1.jpg

Hoe reageert het publiek op jullie muziek?
Greg: Het wisselt heel erg. Soms staan we in hele kleine zaaltjes en snapt niemand er een bal van, wat helemaal niet erg is trouwens, dan weer staan we in het voorprogramma van een grote band en pikken ze het op – en omgekeerd! Kortom: er is geen peil op te trekken.

Heeft Deerhoof nu ook vakantie?
Greg: Nee, was dat maar waar… Over twee dagen begint alweer onze Amerikaanse tournee… Maar wat zit ik eigenlijk te zeiken?! We spelen o.a. in het voorprogramma van The Flaming Lips, daar heb ik echt veel zin in. Sowieso is live optreden datgene waar we ooit echt voor hebben gekozen en moeten kiezen. Wilden we kunnen leven van de muziek, dan moesten we meer gaan optreden. Meer optreden betekende echter: onze baantjes opzeggen, wat we ook gedaan hebben. Een grote stap was dat, maar ik blij dat we tot nog toe hebben weten te overleven.

Als persmuskiet in disguise ben ook ik blij dat ik de avond overleefd heb en überhaupt nog een muzikant heb weten aan te klampen. Van de grote stap richting de hoofdprooi is het niet gekomen, of kwam het er nu niet van omdat ik de grote stap niet nam? Ach, half geschoten en een beetje mis, niet slecht voor een nobody onder de intimi van the mighty Radiohead.

  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Reddit
  • PDF
  • RSS
  • Google Bookmarks